Hypnose


Hypnose  Magie  Telepathie

De geschiedenis van de hypnose.

 

Hypnose is al zo oud als de mensheid. Aan de hand van mededelingen op bewaard gebleven spijkerschrifttabletten uit de landen aan de Eufraat en de Tigris, hebben we achterhaald dat bij het oudst bekend cultuurvolk ter wereld, de Soemariërs, reeds vierduizend jaar v. Chr. Hypnose op gelijke wijze werd toegepast zoals wij dat ook vandaag de dag doen.


Hypnose werd in het oude Egypte ook reeds als therapeutisch middel toegepast.  Op de zogenaamde Papyrus van Ebers, een drieduizend jaar oude papyrusrol, zijn de methoden beschreven met behulp waarvan de genezers indertijd hypnose in praktijk brachten. De toegepaste werkwijzen lijken zeer veel op de tegenwoordige. De Egyptische priesters waren tegelijkertijd arts.


Bij de Grieken was hypnose bekend als tempelslaap. De zieken die naar de tempel kwamen moesten voorlopig een bepaald dieet volgen. De voorbereidingen tot de eigenlijke behandeling werden begonnen met welriekende baden en rituele wassingen. De priester vertelde de zieken over reeds ingetreden genezingen om hen voor te bereiden op de komende gebeurtenis en de spanning van de verwachting groter te maken. Pas na deze voorbereidingen mochten de zieken zich in de tempel te slapen leggen. Tijdens de slaap fluisterden de priesters elke zieke bepaalde suggesties in het oor, opdat de krachten voor zelfgenezing onder de invloed van de sfeer in de tempel werden geactiveerd. Wel moesten ze tevoren de belofte hebben gedaan om alles wat de goden hun in hun slaap zouden openbaren, te zullen opvolgen.


Tot in het midden van de 6e eeuw bleef men hypnose toepassen in de vorm van tempelslaap. Daarna maakten steeds meer christenmonniken gebruik van de erfenis der tempelpriesters en brachten wondergenezingen tot stand met gebeden, wijwater en relikwieën van martelaren, maar ook door handoplegging. Zowel pausen als koningen maakten hiervan gebruik. In het Nieuwe Testament staat te lezen: ‘Gij zult de zieken u handen opleggen, opdat het hun beter zal gaan…’. Bij monniken die behoorden tot de orde des Hesychasten en die verbleven op de berg Athos, vinden we de eerste overlevering over zelfhypnose. Ze brachten zelfhypnose tot stand door de blik van beide ogen te richten op de eigen navel. Daarom werden ze omphalopsychici of navelstaarders genoemd. Theophrastus Bombastus von Hohenheim (1493 – 1541) genaamd:  PARACELSUS, leerde dat de fundamentele drijvende kracht van alle genezingen de ‘innerlijke arts’was. Volgens hem konden monniken in Karinthië zieken genezen door ze in glanzende kristallen bollen te laten kijken. Gewoonlijk vielen de zieken daarna in een diepe slaap. Tijdens deze slap gaven de monniken de zieken dan de beslissende suggesties voor hun genezing, die dan ook meestal intrad. De inquisitie was er de oorzaak van dat deze vorm van geneeskunst in vergetelheid raakte, want iedereen die haar kon uitoefenen liep gevaar als duivelbanner beschouwd en verbrand te worden.


Wat is hypnose?

In Tanganjika stelde een blanke arts bij een neger 40 graden koorts en een acute blindedarmontsteking vast. Hier kon – volgens zijn ervaring – slechts een onmiddellijke operatie redding brengen. Maar de patiënt wees dit hevig ontsteld van de hand; hij liet zich behandelen door de medicijnman van zijn stam. Deze wreef wat kruiden fijn, mompelde daarbij enkele onverstaanbare woorden en bond daarna de kruiden met bast om het lichaam van de zieke, die hem als gehypnotiseerd aanstaarde. De medicijnman legde daarbij zijn rechterhand op de navel van de patiënt en zei: ‘Je pijnen gaan nu weg, ook je koorts’.


De volgende dag was de man weer volkomen gezond. Deze hypnotische suggestieve behandeling op Afrikaanse wijze is succesvol gebleken. Wat is nu eigenlijke hypnose en wat is suggestie? Men moet toegeven dat een juiste definitie nog altijd moeilijk is, hoewel men de verschijnselen inmiddels goed kent. De ware aard van de hypnose in de zin van een geldige theorie is ook nu nog onbekend. Maan men heeft toch vastgesteld dat er zich tussen de wakende en de slapende toestand zo iets als een ‘half bewustzijn’ bevindt. In deze toestand zijn de lichaamsfuncties verminderd, terwijl de geestelijke geactiveerd zijn.


In het proces van hypnose bij anderen (heterohypnose) wordt een van buitenaf komend voorstel (suggestie) aan een persoon gedaan, en door hem geaccepteerd. Bij zelfhypnose (autohypnose) wordt een voorstel door één en dezelfde persoon gedaan en aangenomen. Zonder het accepteren, zonder goedkeuring van het voorstel, is inwerking uitgesloten.


‘Elke hypnose is in feite zelfhypnose.’


Het voorstel kan door veelvuldig herhalen tot een voorwaardelijke reflex en daardoor een deel van zijn eigen persoonlijkheid worden. Voor een duurzame uitwerking is dus de herhaling belangrijk.  Een absolute voorwaarde voor hypnose is niet alleen de toestemming van de proefpersoon, maar het is zeer belangrijk dat deze er volkomen van overtuigd is dat de hypnotiseur het beste met hem voorheeft. Het vertrouwen dat de proefpersoon heeft en de verwachting dat de hypnotiseur in zijn belang handelt, bepaalt de werkzaamheid van de hypnose.


De hypnose heeft een indringend effect op het gehele organisme. Onder hypnose kunnen de ademhaling en de polsslag vertraagd of versneld worden. Bovendien kunnen onder andere de volgende functies worden beïnvloed: maagsapecretie, zweetafscheiding, hoesten, braken, geeuwen, niezen, seksuele functies, menstruatie, calorieverbruik, grootte van de pupillen, urinelozing, stoelgang en pijngevoeligheid.


Als men over hypnose spreekt dan wordt meestal aan een soort slaaptoestand gedacht, de zogenaamde hypnotische slaap. Uiterlijk gelijkt de hypnotische toestand ook het meest op een lichte slaap, maar in werkelijkheid bestaat er een groot verschil. Hypnose is een toestand van bewustzijnsvernauwing, maar binnen dit begrensd gebied kunnen alle schakeringen tussen slapen en waken voorkomen.

De slaaptoestand onderscheidt zich van hypnotische slaap door de volgende beginselen.


Tijdens hypnose is er sprake van:

1. verhoogde aandacht voor een gegeven suggestie;

2. de patiënt hoort elk woord en geluid;

3. hij is geringe mate kritisch;

4. zijn bewustzijn is vernauwd, doch waakzaam;

5. oriëntering van tijd en plaats is aanwezig;

6. het herinneringsvermogen blijft waakzaam, wanneer niet uitdrukkelijk opheffing daarvan werd gesuggereerd.

7. de gehypnotiseerde is aanspreekbaar.

 

Tijdens de slaap daarentegen is er:

1. geen aandacht;

2. het vermogen om prikkels op te nemen is vrijwel geheel geblokeerd;

3. er is geen kritische houding;

4. het bewustzijn is geblokkeerd

5. er bestaat geen oriëntering;

6. het herinneringsvermogen is geblokkeerd;

7. de slaper is niet aanspreekbaar.
 


Kortom:

1. Hypnose heeft niets te maken met magie of bovennatuurlijke gebeurtenissen.

2. Hypnose is niet hetzelfde als kunstmatig inslapen. De symptomen ervan variëren sterk en zijn afhankelijk van de persoonlijkheid van de hypnotiseur en van de toegepaste methode.

3. Hypnose is niet hetzelfde als suggestie, ofschoon zij de suggestibiliteit duidelijk vergroot.

4. Met behulp van hypnose kunnen niet alleen functionele ziekten worden beïnvloed, maar ook ernstige organische stoornissen, zowel in positieve als in  negatieve zin.

5. De bereikte graad van hypnose en van de hypnosuggestieve beïnvloeding hangt in hoge mate af van de totale geestelijke toestand van de gehypnotiseerde en in het bijzonder van zijn psychoactiviteit of psychopassiviteit.

6. Hypnose en slaap zijn niet identiek; hypnose is nochtans, evenals slaap, een bestanddeel van alle menselijk en dierlijk leven.

7. Iedereen die kan slapen kan ook worden gehypnotiseerd; de diepte en de symptomen van de hypnose zijn alleen individueel verschillend.

8. Hypnose is geen wonderolie, maar toegepast door ervaren hypnotherapeuten is het een wonderbaarlijke mogelijkheid om anderen te helpen.


Belangrijke kenmerken van hypnose

De diepte van de hypnose

De meeste mensen stellen zich hypnose voor als een diepe trance, een soort bewusteloosheid waarin de diepere lagen van de persoonlijkheid toegankelijk worden.

Deze diepte van de hypnose wordt echter slechts bij ongeveer 20% van de gehypnotiseerde bereikt. Het grootste deel bereikt slechts een matige hypnosediepte, die echter ruim voldoende is om het contact met het onderbewustzijn tot stand te brengen, en effectieve suggesties te verwerken.  In het algemeen onderscheiden we drie trappen van hypnosediepten:

 

1. Lichte hypnose: 

Deze bestaat uit een lichte ontspanningstoestand, waarbij echter het bewustzijn nog volledig actief is. Eenvoudige suggesties worden evenwel reeds geaccepteerd en uitgevoerd.

2. Matige hypnose: 

De ontspanning heeft zich verdiept. Het bewustzijn is nauwelijks nog actief. Alle suggesties, die niet in strijd zijn met de persoonlijkheidsstructuur van de proefpersoon, worden uitgevoerd.

3. Diepe hypnose: 

Bij een totale ontspanning is het bewustzijn volledig uitgeschakeld. Ook onlogische suggesties worden uitgevoerd. Na opheffing van de hypnose bestaat geen herinnering meer.


Deze onderverdeling in drie graden van hypnosediepte is sinds de oudheid bekend en is ook nu nog in de meeste gevallen voldoende, te meer daar deze toestanden vloeiend in elkaar overgaan en ook niet scherp te scheiden zijn.


Naar mijn ervaring bereikt: 
 -30 % een lichte hypnose

 -50 % een matige hypnose

 -20 % een diepe hypnose


Is hypnose gevaarlijk?

Men leest steeds weer over de zogenaamde gevaren van hypnose. Ik heb tot nu toe enige duizenden hypnotische behandelingen toegepast zonder dat er ooit een gevaarlijke situatie is ontstaan. Het enige wat wel een enkele keer kan voorkomen, is dat de proefpersoon zich zo lekker voelt dat hij niet meer uit de hypnose wil ontwaken en de hypnotische contact met de hypnotiseur onderbreekt. In dit geval moet men de hypnose verdiepen en proberen het contact weer te herstellen. Een andere mogelijkheid is om de proefpersoon pijn te suggereren, zodat hij zich niet meer lekker voelt. Dan verbreekt de hypnose vanzelf.


Als men hoe dan ook van gevaren wil spreken, dan zie ik die alleen maar in het onvoldoende of onvolledig opheffen van een gegeven suggestie. Een gewild experiment is bijvoorbeeld een proefpersoon een glas water te drinken te geven met de suggestie dat het cognac is. De proefpersoon zal dienovereenkomstig reageren en in een roes geraken. Een tegensuggestie van voldoende kracht heft deze reactie weer op. Als deze tegensuggestie echter niet vakkundig wordt gedaan, dan kan dat ertoe leiden dat de proefpersoon ook in de toekomst een roes krijgt bij het drinken van een glas water. Hypnotherapeuten van klassen beschouwen gevaar door toepassing van hypnose als uitgesloten.